Dierenwelzijn in Nissewaard
Een beter leven voor alle dieren in Nissewaard. Voor alle stadsdieren en huisdieren. Daar gaan wij als gemeente Nissewaard voor. Van dieren kunnen we genieten, in huis of tuin, in de natuur of op straat. Ze kunnen ons helpen, maar ook overlast geven.
Op het gebied van dierenwelzijn heeft de gemeente de volgende (wettelijke) taken:
- Opvang en vervoer gevonden dieren;
- Opvang en vervoer dieren bij bijvoorbeeld huisontruimingen;
- Ondersteuning brandweer en politie bij calamiteiten;
- Opvang en vervoer in het wild levende dieren.
Voor de opvang en het vervoer van (huis)dieren hebben we een overeenkomst met de Dierenbescherming. Het ruimen van overleden wilde dieren wordt gedaan door Reinis. Naast de wettelijke taken nemen we nog aanvullende maatregelen. Zo wordt bijvoorbeeld jaarlijks de Chip je Kat-actie georganiseerd, waar je gratis jouw kat kunt chippen. Daarnaast hebben we nauwe samenwerkingen met de Dierenopvang Spijkenisse en verschillende vrijwilligersgroepen.
Wil je iets melden?
- Als je een (vermoeden van) dierenmishandeling wil melden, bel dan met de politie op 144.
- Is er een ongeval, bel dan met de dierenambulance op 088 343 7112(Verwijst naar een telefoonnummer) (24 uur, 7 dagen per week bereikbaar).
- Overlast door ongedierte kun je digitaal melden via een melding openbare ruimte. Je kunt ook bellen met 14 0181(Verwijst naar een telefoonnummer).
Crisisopvang dieren
Als eigenaar van dier(en) heb je de verantwoordelijkheid om voor jouw dier te zorgen, ook in tijden van nood of crisis. Weet je wat je met jouw (huis)dier moet doen als er bijvoorbeeld brand is? Of wanneer je plotseling jouw huis moet verlaten? Een noodsituatie komt altijd onverwacht. Wél kun je jezelf nu al voorbereiden.
Als jij en jouw dier(en) het huis uit moeten
Denk vooraf al na over een mogelijk opvangadres voor als je jouw huis noodgedwongen uit moet. Bijvoorbeeld bij familie of vrienden. Liefst een adres dat niet bij jou in de straat is. Jouw buren moeten immers in deze situatie mogelijk ook hun huis uit. Als je, om wat voor reden dan ook, jouw dier(en) nergens kwijt kan, dan kunnen medewerkers van de dierenambulance je helpen met de opvang. Je kunt hen bereiken via 088 343 7112(Verwijst naar een telefoonnummer).
In alle gevallen geldt:
- Volg altijd de aanwijzingen van de hulpdiensten. Jouw eigen veiligheid is het belangrijkst.
- Neem, als dat kan, jouw dier of dieren mee. Laat ze niet achter. Je weet niet of je weer naar huis kunt en wanneer dat dan is.
- Zorg dat jouw dier een halsband of chip met jouw gegevens heeft. Of bind een label met jouw gegevens aan het mandje vast.
- Zet voor noodgevallen een pakket klaar. Met: riemen of middelen om de dieren te dragen, waterflessen, eet- en drinkbakjes, droog voedsel en eventueel medicijnen. De meeste kennelhouders, dierenartsen en dierenasielen vragen om medische papieren. Zo weten ze zeker dat jouw dier gevaccineerd is. Bewaar deze papieren dus ook in het noodpakket.
- Als je niet meteen naar huis terug kunt, moet je onderdak voor jezelf en jouw huisdieren vinden. Bij hotels zijn huisdieren vaak niet welkom. Maak daarom vooraf een lijst van hotels die wel diervriendelijk zijn, voor als je geen ander onderdak hebt. Bij noodopvang door de gemeente kan jouw dier niet altijd mee.
- Schrijf het telefoonnummer van jouw plaatselijke dierenasiel op. Daar kunnen ze in een noodgeval nuttige informatie geven. Als je het huis uit moet en jouw dier(en) toch moet achterlaten
Het kan gebeuren dat je met spoed jouw huis uit moet, maar de dieren niet mee kunt nemen. Bijvoorbeeld als je voor langere tijd naar het ziekenhuis moet. Dan adviseren we het volgende:
- Laat de dieren op een veilige plek in huis achter. Bind ze niet buiten vast. Laat ze niet zonder toezicht achter in de auto.
- Zet voldoende water neer in huis. Vul elke pan, kom, bak, of kuip met water, en zet ze op de grond. Eén bak is niet genoeg omdat jouw dier die kan omgooien.
- Zet voldoende droog voedsel neer.
- Als je (nog) niet terug naar huis kunt, vraag dan een buur of vriend voor jouw dier te zorgen. Of vraag ze het dier naar een opvang te brengen. Vertel ze hoe het dier verzorgd moet worden.
- Moest je door een noodsituatie jouw huis verlaten en jouw dier achterlaten? Ga nooit zomaar terug naar huis, maar volg de aanwijzingen van de hulpdiensten op.
- Opvang door direnambulance. Als het, in geval van nood, niet lukt zelf jouw dier(en) op te vangen, zorgen medewerkers van de dierenambulance daarvoor. Zij schrijven op welke dieren ze opvangen, zodat je later de dieren kunt terugvinden.
Wat als je gescheiden bent van jouw dier?
De Dierenbescherming draagt zorg voor de opvang van dieren. Als de Dierenbescherming voor jouw dier zorgt, dan is het dier met de Dierenambulance Zuid-Holland Zuid naar een van de asielen gebracht in de regio Rotterdam-Rijnmond. Neem contact op met de dierenambulance om te achterhalen welk asiel jouw dier opvangt. Zorg dat jouw hond of kat is gechipt, dan is deze altijd terug te vinden.
Voor zoekgeraakte huisdieren kun je contact opnemen met de Dierenopvang Spijkenisse. Als de kat is gechipt kan de eigenaar snel gevonden worden. Voor gevonden dieren of gewonde dieren kun je altijd de dierenambulance bellen van de Dierenbescherming. Ben je eigenaar van het gewonde dier, dan kan je naar de dierenarts. Als je je huisdier wilt laten opvangen, neem je contact op met de Dierenbescherming / Dierenopvang Spijkenisse. Is jouw huisdier overleden? Dan moet je zelf zorgen voor de opvang of zelf crematie. Hierover kun je contact opnemen met de dierenarts.
Meer informatie
Bel voor een dier in nood 144.
Huisdieren die zwervend of gewond in de stad worden gevonden, brengen de medewerkers van de dierenambulances naar een dierenopvangcentrum buiten de stad. Dit doen ze 24 uur per dag, 7 dagen per week.
Huisdieren en warmte
Is het warm? Geef ook dieren verkoeling! Net als mensen kunnen ook dieren last hebben van warm weer. Pas op dat uw huisdier niet oververhit raakt. Oververhitting is gevaarlijk en kan zelfs dodelijk zijn voor huisdieren. Geef ze daarom voldoende water en houd ze uit de zon. Zorg er ook voor dat de kooi van uw konijn, vogel of ander dier niet in de zon staat. Ga met uw hond liever in de ochtend en avond wandelen, als het asfalt nog niet zo heet is aan hun poten.
Wat te doen bij oververhitting
Als een dier het te warm heeft, ademt het snel en is lusteloos. Breng een oververhit dier naar een koele (schaduw)plek, waar het bij kan komen. Geef het vers, koel drinkwater en help het dier af te koelen door het nat te maken met lauw water (Let op: dat geldt niet voor honden). Of, als dat mogelijk is, laat jouw dier ergens zwemmen. Pas op met ijskoud water, want daardoor trekken de bloedvaten samen waardoor het dier de warmte nog moeilijker kwijtraakt. Als het dier een snelle hartslag en ademhaling heeft en niet tot nauwelijks reageert op prikkels, waarschuw dan meteen de dierenarts.
Honden: snel warm
Honden hebben het snel warm. Zij hebben nergens zweetklieren, behalve in de hun voetzolen. Warmte raken ze alleen maar kwijt door te hijgen. Ga daarom geen lange stukken met de hond wandelen als het warm is, en ga niet met de hond fietsen.
Laat de hond liefst uit in de ochtend of einde middag. Als je zelf niet op bestrating kan staan met blote voeten, dan is het voor de hond ook te heet om daar op te lopen. Let er ook op dat honden met een dunne vacht kunnen verbranden: dunbehaarde plekken kun je insmeren met zonnebrand.
Koele tips per diersoort
Op de website van het LICG(Verwijst naar een externe website) (Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren) en de Dierenbescherming(Verwijst naar een externe website) vind je per diersoort meer specifieke tips.
Hond aan de lijn tijdens broedseizoen
Het broedseizoen van vogels duurt ongeveer van maart tot eind juli. Overal zijn vogels dan druk nesten aan het bouwen en eieren aan het uitbroeden. De vogels moeten alle rust krijgen om dit te doen. Volgens de Wet natuurbescherming is het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren verboden.
Een hond moet binnen de bebouwde kom altijd aangelijnd zijn, mits de eigenaar zijn hond onder controle heeft. De grens van de bebouwde kom is met borden aangegeven. In de gebieden binnen de komborden geldt dus een aanlijnplicht. Buiten de bebouwde kommen mag de hond lekker los lopen.
Let op dat je de vogels tijdens het broedseizoen niet stoort! Lijn op tijd de hond aan, ook in losloopgebieden. Er zijn verschillende uitlaat- en losloopzones in Nissewaard. Vaak zijn deze zones bij het water of bij de bomen, waar vogels graag nestelen. Daarom moet je tijdens het broedseizoen de hond aangelijnd houden als er een nest in de buurt is. Ook in parken verzoeken we je om honden altijd aan de lijn te houden.
Meer informatie
Meer weten over dieren? Verschillende recreatieschappen bieden veel info:
IVN Voorne-Putten-Rozenburg(Verwijst naar een externe website)
Zuid-Hollands Landschap(Verwijst naar een externe website)
Wil je dieren van dichterbij bekijken? Ga dan eens naar:
Kinderboerderij De trotse pauw(Verwijst naar een externe website)
Parken Vogelenzang(Verwijst naar een externe website) en Hartelpark(Verwijst naar een externe website)
Hertenkamp Heenvliet(Verwijst naar een externe website)