Erfgoed

Nissewaard kent een rijke geschiedenis die zijn sporen in alle kernen en wijken heeft nagelaten. In de grond zijn de sporen te vinden van de jagers, vissers en verzamelaars uit de Steentijd. Ruïne Ravensteyn in Heenvliet werd al in 1260 in opdracht van de Heer van Heenvliet, Hugo van Voorne, gebouwd. De Bernisse deed in de Middeleeuwen dienst als belangrijke scheepsvaartroute tussen Holland en Vlaanderen. De molens van Abbenbroek, Geervliet, Spijkenisse en Zuidland werden halverwege de 19de eeuw gebouwd om graan te malen. Kortom, het erfgoed vertelt ons hoe door de eeuwen heen in Nissewaard werd gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Nissewaard vindt dit erfgoed belangrijk en wil zich samen met de eigenaren van het erfgoed inzetten op het behoud en het benutten ervan.

Monumenten

Monumenten worden aangewezen vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap en/of cultuurhistorische waarden. Nissewaard kent 187 monumenten, waarvan 96 zijn aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (‘rijksmonumenten’). De andere 91 monumenten zijn aangewezen door het college van B&W van Nissewaard (‘gemeentelijke monumenten’). Het gaat om gebouwen zoals woonhuizen, boerderijen, kerken en molens en objecten, zoals de muziektent in Abbenbroek en de ijzeren kooimast in Geervliet.

De rijksmonumenten zijn opgenomen in het monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De gemeentelijke monumenten zijn opgenomen in het Gemeentelijk erfgoedregister. Voor ieder monument is een ‘redengevende beschrijving’ opgesteld. De regelgeving met betrekking tot de rijksmonumenten is verwoord in de Erfgoedwet. De regelgeving m.b.t. de gemeentelijke monumenten is verwoord in de Erfgoedverordening Nissewaard 2016.

Omgevingsvergunning

Wanneer u eigenaar van een monument bent en u het monument wilt slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen moet u een omgevingsvergunning aanvragen via omgevingsloket.nl. Uw aanvraag wordt voorgelegd aan de Erfgoedcommissie. Zij toetst of de voorgenomen werkzaamheden de monumentale waarden van het monument respecteren en neemt uw belang nadrukkelijk mee in de afweging. Voor een aantal specifieke werkzaamheden is het niet nodig om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument aan te vragen. Het gaat om kleine werkzaamheden of gewoon onderhoud. Deze werkzaamheden zijn vergunningsvrij. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de beleidsmedewerker Monumenten en archeologie van de gemeente Nissewaard.

Subsidie aanvragen

Subsidiemogelijkheden voor rijksmonumenten

Voor rijksmonumenten hebben de rijksoverheid en de provincie verschillende subsidieregelingen in het leven geroepen:

  1. Subsidieregeling instandhouding monumenten (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed): instandhoudingssubsidie voor rijksmonumenten die geen woonhuis zijn.
  2. Restauratiefonds-hypotheek (Nationaal Restauratiefonds): lening met een lage rente voorijksmonumentale woonhuizen of rijksmonumenten met een woonbestemming;
  3. Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland (Provincie Zuid-Holland): restauratiesubsidie voor rijksmonumenten die geen woonhuis zijn;
  4. Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed): subsidie voor haalbaarheidsonderzoeken en maatregelen om bouwwerken tijdelijk wind- en waterdicht te houden.

Kijk voor meer info op monumenten.nl.

Subsidiemogelijkheden voor gemeentelijke monumenten

Nissewaard heeft de Subsidieregeling gemeentelijke monumenten vastgesteld voor vooraf vastgestelde onderhoudswerkzaamheden.

Eigenaren van gemeentelijke monumenten kunnen ook aanspraak maken op de subsidieregeling Stimulering herbestemming monumenten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Kijk voor meer info op monumenten.nl.

Als eigenaar van een gemeentelijk monument kunt u online subsidie aanvragen voor onderhouds- of restauratiewerkzaamheden.

Beschermd stads- of dorpsgezicht

De historische kernen van Abbenbroek, Geervliet, Heenvliet en Zuidland zijn door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht. De afbakening van de beschermde gezichten en de bijbehorende regels zijn opgenomen in de verschillende bestemmingsplannen op ruimtelijkeplannen.nl.

Omgevingsvergunning

In het bestemmingsplan is opgenomen welke wijzigingen aan het beschermd stads- en dorpsgezicht vergunningsplichtig zijn. Op hoofdlijnen gaat het om de buitenkant van gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte. U kunt de vergunning aanvragen via omgevingsloket.nl. Uw aanvraag wordt voorgelegd aan de Erfgoedcommissie. Zij toetst of de voorgenomen werkzaamheden de monumentale waarden van het monument respecteren en neemt uw belang nadrukkelijk mee in de afweging.

Archeologie

De (gekende) bewoningsgeschiedenis van Nissewaard gaat terug tot circa 2900 voor Christus. In de grond zijn verschillende sporen en resten hiervan terug te vinden. We noemen dit het archeologisch bodemarchief. Bij archeologische onderzoeken zijn in Nissewaard vindplaatsen uit de Steentijd, IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen teruggevonden. Nissewaard hecht waarde aan dit archeologisch bodemarchief en wil daarom archeologische resten zoveel mogelijk in de grond (‘in situ’) bewaren. Op deze manier blijven de resten het best behouden en worden opgravingskosten uitgespaard.

Omgevingsvergunning

Als er ergens in de gemeente Nissewaard gebouwd of ontwikkeld gaat worden en de bodem wordt daarbij verstoord (bijvoorbeeld door de aanleg van een parkeergarage, een kelder of een waterpartij of het slaan van heipalen), moet er met archeologische waarden rekening worden gehouden.

Uit het bestemmingsplan of de Archeologische Waardenkaart blijkt of er archeologische waarden bekend zijn of verwacht worden op een bepaalde locatie. Vervolgens is de vraag of de geplande bodemingreep (diepte, oppervlakte, aard van de ingreep) die waarden kan aantasten. Dat blijkt onder meer uit de criteria (diepte- en oppervlaktemarges) die eveneens in het bestemmingsplan staan vermeld. U kunt dit ook laten toetsen door de gemeente. Indien het door u geplande initiatief de archeologische waarden kan aantasten is een omgevingsvergunning benodigd.

U kunt de vergunning aanvragen via omgevingsloket.nl. Samen met de archeologisch adviseur, het BOOR (Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam), bekijkt de gemeente welk type onderzoek in het kader van deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd. Voor al het veldonderzoek geldt dat de kosten voor rekening zijn van degene die de bodem (en dus de archeologische waarden) verstoort.

Onderzoeksfases

Het proces van archeologische monumentenzorg vindt in een aantal stappen plaats. Na iedere stap wordt besloten of een vervolg nodig is, of dat de bouw- en andere plannen van start kunnen gaan zonder verder archeologisch onderzoek.

  1. Blijkt uit de plantoets dat archeologisch onderzoek in het veld nodig is, dan stelt het BOOR een Programma van Eisen (PvE) op. Hierin staat omschreven hoe het onderzoek uitgevoerd dient te worden en wat de onderzoeksvragen zijn. Met het PvE kunt u offertes voor het uitvoeren van het onderzoek opvragen. In het PvE wordt ook een kort bureauonderzoek opgenomen. Dit betekent dat er op basis van bestaande gegevens (bodemkaarten, historische plattegronden en andere bronnen, resultaten van eerder archeologisch onderzoek) wordt bepaald welke type archeologische resten in de bodem worden verwacht.
  2. De volgende stap is een archeologisch vooronderzoek in het veld. Meestal bestaat de eerste fase uit een verkennend onderzoek door middel van grondboringen. Met een boor (een guts of een mechanische boor) wordt de bodemopbouw bestudeerd. Als de verwachte bodemlagen intact aanwezig zijn kan een karterend booronderzoek volgen. Dan wordt meer in detail gezocht naar aanwijzingen voor archeologische resten. Vaak blijft het bij een booronderzoek.
  3. Bij de aanwezigheid van archeologie kan dit onderzoek leiden tot het graven van proefsleuven; het waarderend onderzoek. Op deze manier wordt beoordeeld wat de waarde (aard, ouderdom, conservering) is van de aanwezige archeologische vindplaatsen. Zijn de ontdekte archeologische waarden van dusdanig belang dat ze behouden moeten worden, dan wordt gekeken of dat mogelijk is. Bijvoorbeeld door het bouwplan aan te passen (minder diep graven, andere locatie, ander type fundering). Is dat geen optie, dan moet de vindplaats of een deel ervan, worden gedocumenteerd door deze op te graven.

Van elke fase van onderzoek verschijnt een rapport. De wet schrijft voor dat dit rapport beschikbaar moet zijn binnen 2 jaar nadat het veldwerk is afgerond. Bij kleine (boor)onderzoeken is het rapport veel sneller beschikbaar, zodat het ruimtelijke ordeningsproces snel doorgang kan krijgen. Alle documentatie van de archeologische onderzoeken (tekeningen, foto’s) en de vondsten worden naar het depot overgebracht. Hier worden de vondsten onder speciale condities bewaard.

Herbestemming van boerderijen

In de folder Uitgangspunten herbestemming van boerderijen (pdf) staan handvatten die interessant kunnen zijn voor mensen die iets anders willen gaan doen met een boerderij.